Bourquins motief

 

Bij het naspelen van problemen van mijn overleden vriend Max Douwes kwam ik het motief van het eerste diagram tegen. “Bourquin” schreef Max erbij. Er bestond in 1981, het jaar waarin de problemen van diagram 2 en 3 werden gemaakt, nog geen probleemdatabase en het geven van namen was een hachelijke zaak. Vaak praatte men elkaar na. Toch had Max gelijk. In de database die ons inmiddels ter beschikking staat (maar die overigens nog lang niet compleet is) staat de stand op naam van Jules Bourquin. Hij is gepubliceerd in Le Jeu de Dames van 1 april 1898. Voor mijn gevoel is dat ontzettend lang geleden; de stand ontstond ruim een half jaar voordat mijn moeder geboren werd en dat is bijna 111 jaar terug in de geschiedenis.

 

 

Zwart kan een schijf winnen met (1-6), maar komt dan bedrogen   uit,   want na 11-7 (2x11) 26-21 is het juist wit die wint. In de Diagramstand geeft ook (2-8) geen soelaas. De witte schijf 26 gaat gezellig buurten op veld 3, of hij speelt eerst nog 11-6 en schuift dan probleemloos naar de winst. Motiefschijf 26 kan ook op 27 staan, maar daarover straks meer.

 

Bourquin? Wie was dat ook alweer? Misschien hebt u zijn naam weleens gehoord, maar kunt u hem niet plaatsen. Ik kwam zijn naam voor het eerst tegen in 1955. Van mijn damleraar Henk Smit (jazeker; dezelfde die na mijn vertrek uit Amsterdam Ton Sijbrands onder zijn hoede nam. Ton heeft een prachtig boek over zijn oude leermeester geschreven) kreeg ik het boek “Combineren op het dambord” van F.Raman cadeau. Uit dat boekje heb ik leren dammen. Ik was verrukt van de combinaties en oefende net zolang tot ik ze allemaal van het blad kon oplossen. Het laatste diagram was het mooiste. Boven de diagrammen 197 t/m 200 stond “Coup Bourquin”geschreven. Diagram 200 maakte op mij een verpletterende indruk. Ik liet de stand zien aan iedereen die nog niet doordrongen was van de schoonheid van het damspel.

 

 

Wit wint door de prachtige slagzet: 39-34, 28-22, 45-40, 35-30, 37-31, 44-39, 38x9, 42x4  Problemisten (waaronder ikzelf) zullen zeggen dat het geen probleem is, omdat er een rommelig slot overblijft en er verschillende zetten verwisselbaar zijn. Maar wist Bourquin veel…

Bourquin leefde van 15 april 1850 tot 31 augustus 1912. Hij woonde en werkte in de stad Le Locle, in de Zwitserse Jura, ten noorden van Genève. De Zwitserse Jura kent een prachtige natuur, maar de stadjes (dus ook Le Locle) zijn troosteloos. Hij was graveur, een beroep dat hem voldoende inkomsten verschafte om een behoorlijk bestaan op te bouwen.

 

Hij kon het zich permitteren om te corresponderen met Franse en Nederlandse damvrienden. In 1978 deed Hein Wilsens vergeefse pogingen om de antecedenten van Bourquin te achterhalen. Er was weinig tot niets van hem bekend. Wilsens reisde naar Le Locle, deed nasporingen in het bevolkingsregister en doorzocht andere bronnen, maar alles tevergeefs. In Dammagazine nr.44 (november/december 1978) was zijn voorzichtige conclusie: de naam Jules Bourquin kon wel eens een pseudoniem zijn. Zo’n twintig jaar later deden ook K.W.Kruijswijk en Arie van der Stoep naspeuringen. Zij waren succesvoller en in 1997 verscheen hun boek: Jules Bourquin, een dambiografie. In het documentatiecentrum van de KNDB (mijn verzameling, die ik na mijn verhuizing naar Arnhem aan de KNDB heb geschonken) kan men het boek inzien. De reis naar Rheden is ook om andere redenen alleszins de moeite waard.

 

Max’ aandeel 

In 1981 maakte Max twee problemen op dit motief. Die inspireerden mij tot een uitgebreide studie, waarvan de resultaten in deze rubriek worden getoond. Eerst het duo van Max:

 

 

Oplossingen(de verplichte slagen van zwart worden weggelaten)

 

1.     1. 27-22, 21x32, 42-38, 47x38, 16-11, 48-42, 46-41, 32-27, 17x30, 30-24, 40-34, 35x11. Aardig is de lange wereldreis van 36, eerst naar 47 en dan als dam over driekwart van de aardbol.

 

2. 18-12, 28-23, 30x8, 16x27, 38-32, 39-33, 40-34, 35x11  Een aardig probleem, maar ik vind het jammer dat er geen dammen aan te pas komen. Op diagram 8 bewerk ik hetzelfde idee, maar dan treedt er wel een zwarte dam in het programma op.

 

Bewerkingen op Bourquins motief in de database

Toen ik de probleemdatabase raadpleegde die door Wim de Zwart is opgezet en door Klaas Bor geschikt gemaakt voor Windows, kwam ik diverse problemen tegen op Bourquins motief. Eerst dacht ik dat alleen de stand met een witte schijf op 26 was bewerkt, maar ook het motief met wit op 27 is aanwezig. (Ik gaf een zoekopdracht met wit aan zet, maar dat leverde niets op: in een motief is zwart aan zet)

De meeste problemen waren middelmatig tot slecht, maar enkele van de betere bewerkingen wil ik u tonen op de diagrammen 4 t/m 7

 

 

Oplossingen:

4. Uit deel 15 van Vuurbooms eigen werk, 1983  39-33, 19-13, 13x11, 25x3, 15-10, 3x27, 16x27. Dit probleem heeft de verdienste dat er drie dammen actief zijn, terwijl wit zijn goedbetaalde officier vrijwillig opoffert om tot winst te komen.    

 

5. Ook uit deel 15. 34-29, 29-23, 23-19, 18x40, 16-11! 40-34, 35x11. Dit “damloze” probleem heeft een paar subtiele trekjes. Allereerst valt op de geruisloze wandeling van schijf 34 naar 19. Verder ontdekte Vuurboom dat de zet 16-11 nodig is om tot winst te komen.

 

6. De Problemist, juni 1963. Piet van der Kwartel was een uitstekende problemist. Hij woonde in Leiden.  37-31, 34-30, 40-34, 42-38, 48x26, 35x11. Voor een leek zal het slagsysteem met 34-30 en 40-34 spectaculair zijn, maar voor een problemist die zijn meesterproef heeft afgelegd, is het bekende kost. Wel is het tamelijk apart om de slag 48x26 met een omweg te maken.

 

7. Het Nieuwe Damspel, december 1977.  35-30, 18-13! 13x4, 27-22, 21x12, 4x8 over 38! Het moment dat nu ontstaat verdient een apart plaatje

 

 

 

47x7 en zwart is verplicht om achteruit te slaan, waarmee motiefschijf 2 op zijn plaats wordt gebracht. Daarna volgt 16-11. In 1977 dacht ik hiermee een nieuwe vondst te hebben gedaan, maar de stand na 47x7 blijkt al eerder door Jan Scheijen te zijn ontdekt. Omdat hij het idee bewerkte in een zeer middelmatig probleem is zijn vondst lange tijd onontdekt gebleven.

 

Recente ontdekkingen

 

 

 

Oplossingen:

8. 45-40, 46-41, 34-30, 30x8, 16x27, 38-33, 40-34, 35x11. Een verbetering van nummer 3, vooral door de meerslag die aan de dam wordt aangeboden.

9. 49-43, 36-31, 38x9, 46-41, 47-42, 33x42 (36x38) 11-7, 35x4, 4x7! en nu komen we weer bij het slagkeusidee van Scheijen. We zien twee opmerkelijke momenten: wit parkeert schijf 46 in de middenberm (op 41) en schijf 11 maakt een plakker die geen contant geld oplevert.

10. 32-27, 40-34, 35x13 (8x19A) 11-7, 6x8 (16x18 verliest) Nieuw? (19-24, 9-14, 4x2) 16-11

A. Als zwart (9x18) slaat, doet wit er goed aan om eerst 27-21 te spelen, voordat hij op veld 7 gaat inbreken.

Normaal gesproken stuur ik zo’n 8x8 naar Johan Konings voor zijn rubriek “Kleintjes” in De Problemist. Hij zou daar ongetwijfeld waardering hebben geoogst.

11. 38-32! Mooi, of juist lelijk, zo’n vijfgever? De zet is in elk geval wel verrassend en daar gaat het om. (37x10) 32x21, 36x27 en nu eerst 11x13. De situatie van dat moment rechtvaardigt een apart fotootje:

 

 

 

(b.v. 8x19) 47x27, 6x8 met het motief uit het voorgaande probleem, zij het met 9 op 10. Wie naar de diagramstand van probleem 11 kijkt, zal zich misschien afvragen wat zo’n kermisattractie daar doet te midden van beschaafde culturele uitingen. Diagram 11b geeft het antwoord.

 

12. 42-38, 38x20 en nu 17x26! waarna zwart de meerslag (36x7) moet nemen: 13x11. De stand die nu op het bord komt, is een neefje van het motief uit de problemen 10 en 11. Max Douwes ontdekte en bewerkte het als eerste: (3-9A) 13-8 (9-14,4x2) 16-11.  A(1-7) 16-11, 20-14.

 

Een magistraal slotakkoord

Toen Arne van Mourik, de probleemredacteur van De Problemist bij mij op bezoek was, liet ik hem een paar bewerkingen op het slot van Bourquin zien.

Mij gebeurt het wel eens dat ik goede ideeën opdoe tijdens een saaie kerkdienst. Arne, die meer damlokalen dan kerken bezoekt, werd geïnspireerd tijdens een saaie wedstrijd die hij speelde voor de bondscompetitie. In de geest “zag” hij het motief van diagram 13b voor zich. Om overduidelijke redenen mag zwart geen damhalen op 49 en moet hij zijn toevlucht nemen tot de “damvang”  met (7-12). Niet alleen is deze motiefvondst prachtig, maar Arne bewerkte het idee ook magistraal: 39-34!- een fraaie economische meerslag. Zwart moet een vierslag nemen (26x50) 34x3 (50x17 gedwongen) 3x26 (32x43 gedwongen) 26-48!! Arne merkt op dat zowel zwart als wit van 26 naar 48 wandelt. Motiefschijf 27 doet dienst omdat hij damhalen op 49 verhindert.

Ik hoop dat Arne in de toekomst nog veel saaie dampartijen zal spelen.

 

Leen de Rooij