Limburgse damproblemen van de jeugd  

Afgelopen zondag besloot ik mijn les over de damproblematiek met het verzoek om een probleem te maken op het idee van het eerste diagram

 motief

Zwart is aan zet. Hij neemt de dam af door (2-8) en (1-7) en daarna blijft er een winnende oppositie over. Het idee mocht gevarieerd worden, met als meest voor-de-hand-liggende mogelijkheden: de witte schijf verplaatsen naar 43 (42 is minder goed, want na afname van de dam wint zowel 42-38 als 42-37) of de dam vervangen door een schijf op 13.

Het was leuk om te zien hoe een aantal enthousiastelingen aan het werk ging. Bij de jeugdleiders deden Erwin Heunen en Lei Schepers hun uiterste best, terwijl ook de jeugd er iets van probeerde te maken. Voor de allerjongsten was de opdracht te zwaar, maar ik zag Folkert Jansen en Tom Swelsen ijverig bezig.

Het viel mij meteen op, dat Folkert aanleg voor het métier heeft. Hij nam het motief met een schijf op 13 onder handen. Maar terwijl anderen de schijf vanaf het vaste veld 35 lieten komen, probeerde Folkert het vanaf het “losse” veld 44. Zoiets kenmerkt de toekomstige vakman: probeer het onmogelijke mogelijk te maken. Na niet te lange tijd stond het eerste damprobleem van de nieuwe Limburgse damgeneratie op het bord:

Probleem 1

Auteur: Folkert Jansen.

Toegegeven: het is slechts een eenzetter, maar die ene zet mag er dan ook zijn. Het gaat om de meerslag: 1. 18-12!! Op verschillende manieren staat zwart op slag, maar reglementair mag hij alleen de vierslag 7x29 nemen. Wit wint dan door 44x13 en na (2-8) 13x2 (1-7) 2x11(16x7) 41-37 wint wit door oppositie.

Inmiddels had Tom Swelsen een heel leuk probleem op het bord gekregen. Bij het naspelen bleek echter dat hij tijdens het “componeren” een witte en een zwarte schijf teveel op het bord had gekregen. Het feest ging voorlopig niet door, maar het idee van het probleem bleek bruikbaar. Tom had moeite om de stand vol te bouwen, maar kreeg assistentie van Folkert. Samen kwamen ze tot het tweede diagram.

Zwart dreigt met een vreselijke dreiging, maar gelukkig is wit aan de beurt. Hij wint heel fraai door: 1. 22-18, 12x23. 2. 28x19, 14x23. 3. 25-20! 15x24  4. 32-27, 21x32  5. 37x30, 26x37  6. 30-24, 29x20  7. 40-34, 39x30  8. 35x13 en het gevraagde motief is bereikt. Het is een volwassen probleem geworden vanuit een heel redelijke beginstand.

Probleem 2

Auteurs: Tom Swelsen en Folkert Jansen

Laat ik besluiten met het probleem dat ik wegens gebrek aan tijd niet meer aan de man kon brengen:

Probleem 3

Vraag: mag zwart (21-27) spelen?  Auteur: Leen de Rooij

Mijn bedoeling was, om de oplossing te demonstreren en de kinderen te vragen, vanaf welk moment ze de bedoeling zouden doorzien

Eigenlijk hoor ik er een stand van te maken met wit aan zet. Dan moeten 21 en 18 worden verwijderd en moet er een witte schijf bij op 31. Maar de diagramstand oogt leuker. De vraag stellen, is haar beantwoorden. Natuurlijk is (21-27) niet goed, want anders had ik de vraag niet gesteld.  1. …. 21-27?  2. 22x31, 26x39  3. 38-33! 13x22. In het vervolg zie je allerlei “aangekoekte” witte schijven. Het lijkt wel alsof de aardappels zijn aangebrand en de resten van de bodem moeten worden geschraapt. 4. 28x17, blijft nu even op 17 “hangen” 39x19. 5. 24x11 en ook die schijf “hangt” een poosje; keus: 15 of 35x33  6. 17x8 –losgebikt- zwart heeft nu slagkeus. 7. 8-2, keus. 8. 2x4 en de zwarte schijven zijn op.

Leen de Rooij