| Probleemrubriek
3 september 2005 |
|
[6208]
Oplossing:
50-44, 18-13, 22-18, 49-44, 44-40, 43-39, 25x3, 48x8, 3-9 (13-19) 9-18
(7-11) 18-9, 15x4 en de scherpe variant luidt nu: (11-16) 4x27 (19-24)
27-38-43-49 (16-21, 35-40) 16-11 (40-45) 11-50
Het is een heel aantal zetten voordat de winnende opsluiting wordt
bereikt. In dit probleem vraag ik speciale aandacht voor de aparte reis
die 36 gaat maken. Via een lange omweg bereikt hij als dam weer
hetzelfde veld. Daarna wordt hem nog geen rust gegund, want hij gaat
vervolgens nog naar 13. Aardig
is ook de zet 50-44, waarmee wit de dekking van schijf 45 opheft. Het
motief is misschien nieuw. Het is opvallend dat alleen de manoeuvre
3-9-18-9 wint. Vroeger zou het tijden duren voordat dit bewezen was.
Tegenwoordig kan er een beroep worden gedaan op de eindspeldatabase van
Truus.
|
|
[6215] Problemisten
houden wel van dit soort “aangekoekte”
standen. Het is dan vaak mogelijk een leuke slagenwisseling te
realiseren, zonder dat de gevolgen van het blad af te zien zijn. Oplossing:
46-41, 17-11, 11x2, 2x5, (46x14*) 5x3. Motief Max Douwes. Het enige
zinvolle verzet bestaat uit (9-13) en nu wint alleen 3-12. Dan moet
zwart noodgedwongen de dam afpakken met (35-40, 30-34, 4x13) en er
blijft na 49-43 oppositie over.
Toen
ik pas met de problematiek begon, placht mijn leermeester Jan Scheijen
een zet als 17-11 breed uit te meten. “Kijk:", zei hij dan,
“dat is een 1 (7x16) maal 2 (26x6) maal 3 (26x19) maal 4-slag
(26x46)” En in zijn malse
Kerkraadse dialect voegde hij eraan toe: “Zoiets is verbluffend”.
Het maakte daarbij niet uit of het een probleem van een ander of van
hemzelf betrof.
|
|
| [6221] Hoewel
carnaval een van de Limburgse geneugten is die ik in den vreemde het
minst mis, is er wel een carnavaleske stand op het bord verschenen. “Waarom maken jullie problemisten toch van die rare standen?” vragen
partijspelers mij weleens. In dit geval is het gebrek aan techniek. Het
lukt mij niet om het prachtige motief van Jan van Tol in een fraaier
keurslijf te persen. Overigens tillen wij problemisten ook niet al te
zwaar aan een minder bekoorlijke stand. Toen een dammer eens met een
strenge blik in zijn ogen aan de onvergetelijke Max Douwes vroeg: “Hoe
is de zwarte schijf daar op veld 44 gekomen?” antwoordde hij zonder
blikken of blozen: “Meneer, die heb ik daar zelf neergezet”. En zo
is het: problemen zijn composities. Problemisten proberen daarin bijna
onmogelijke dingen mogelijk te maken. Bijna
zou ik de oplossing vergeten: 42-38, 18-12, 16x7, 46-41, 37-31, 33x4 (b.v.
24x42) 15x13 (b.v. 44x33) 50-44, 4x48 en zwart verliest in alle
varianten, b.v. (45-50) 48-26. Het is in dit probleem opvallend dat wit
alleen kan winnen door met 50-44 schijf 45 vrij spel te geven.
|
|
[6227] Zwart
heeft het in dit kleine standje al bijna voor elkaar: hij is door de
witte linies heengebroken, terwijl wit overal geblokkeerd wordt. Wit
maakt echter een doelpunt op de wijze van de Ajacied Babel. Hij staat
volkomen gedekt en weet toch de kruising te vinden. Oplossing:
17-12 (keus) 49-44, 50-44, 44x2 (47x29*) 25-20, 4x33.
Opnieuw staat er
een motief van Max Douwes op het bord. Dat is geen toeval, want ik heb
indertijd de nalatenschap van Max doorgeploegd en een paar boekjes met
zijn werk uitgegeven. Om verder te kunnen komen, moet zart offeren:
(15-20, 34-39) Wit wint nu door 15-38 (39-44) 45-40, 38-49 (6-11)
49-44-49, enz. |
 |